Poelkapelle
Britisch Cemetery

Luc Vanbeselaere
Eindwerk Gidsencursus
Westhoek Noord
2004-2005
VOORAF
Dit eindwerk voor de gidsencursus Westhoek Noord kan geen eenvoudigere verantwoording hebben dan deze: "Ik heb het altijd al willen weten!"
Van kleinsaf staat het beeld van het immense "Engels kerkhof', zoals heel Poelkapelle deze site noemt, in mijn geheugen geprent. Vanuit mijn vaders verhalen van "De Grote Oorlog" werd mij vlug duidelijk dat er over deze vlakte slechts een ogenschijnlijke rust gevallen was. In werkelijkheid verborgen de talloze grafstenen een verhaal van pijn en leed, dat naargelang zijn benadering verschillende wendingen nam.
Eenmaal dit besef kon men beginnen spreken van een interesse met een begin, maar wellicht zonder einde: Alles wat met Poelkapelle en/of met de oorlog te maken had werd gevolgd, gelezen, bekeken en/of bijgewoond.
De stroom van indrukken en informatie was in die mate dat het me moeilijk lukte alles op een rijtje te zetten en een duidelijk beeld te krijgen van hoe Poelkapelle in die oorlog verzeild raakte en er zijn oorlogsmonumenten aan overhield. Een aantal van mijn leeftijdsgenoten, ook druk in de weer met werk en gezin, zaten ook wat met hetzelfde probleem om aan hun historische honger in een kort tijdsbestek tegemoet te komen.
Zo ontstond het idee om naar aanleiding van het "eindwerk gidsencursus Westhoek Noord", op een korte maar krachtige wijze te omschrijven hoe Poelkapelle in de oorlog verzeild raakte.
Dit gaat van de internationale context tot het hele plaatselijke gebeuren, waarbij de cruciale wendingen het halen op het detail. Hierop volgt een gestructureerde weergave van Poelkapelle zelf, tijdens de oorlog, tegenover het gebeuren in de Ieperboog (Ypres Salient). Deze combinatie is gemaakt omdat alles wat in Poelkapelle gebeurde slechts kan begrepen worden vanuit het geheel van de strategieën van Geallieerden en Duitsers in de deze Ieperboog. Er wordt afgesloten met een rondleiding op de Britse begraafplaats "Poelcapelle British Cemetery", waarbij achtergrondinformatie gegeven wordt bij de typische kenmerken van de Britse begraafplaats.
Ik wil hiermee voor mezelf een duidelijk beeld scheppen van het oorlogsverleden van Poelkapelle, maar anderzijds hoop ik zeker leeftijdsgenoten en de "jongere generatie" in contact te brengen met het verleden. Ik ben ervan overtuigd dat kennis en begrip van het verleden een garantie zijn voor de toekomst.
Uitdrukkelijk wil ik Robert Baccarne en Jan Steen, de auteurs van "Poelkapelle 1914-1918", bedanken. Mag ik ze de geschiedkundige vaders van Poelkapelle noemen? Met toestemming mocht ik citaten en tekstfragmenten uit hun boek gebruiken. Bovendien is meester Baccarne mijn voorganger als schoolhoofd van de Gesubsidieerde Vrije Basisschool van Poelkapelle en dat heeft iets bijzonders. De school van Poelkapelle heeft ook telkenjare haar inbreng tijdens de 11 novemberherdenking.
Ook gaat een woord van dank naar Frans Descamps uit leper die ermee instemde om uit zijn verzamelwerken omtrent de Britse begraafplaatsen te mogen putten. Frans heeft me met zijn typisch gevoel voor humor en warme omgang heel wat bijgebracht.
I. DE OORLOG NAAR POELKAPELLE
1.1. INTERNATIONALE SITUATIE
Aan het begin van de 20ste eeuw was het machtsevenwicht in Europa grondig gewijzigd.
Duitsland dat ontnoegd de verdeling van koloniale bezittingen was mislopen, ontwikkelde zich tot een machtige continentale en sterk geïndustrialiseerde staat. Het vormde vooral een bedreiging voor het maritieme Groot-Brittannië en het verzwakte Frankrijk, dat in 1870 nog een smadelijke nederlaag opliep tegen Duitsland.
Centraal en Oost-Europa, met bovenal de Balkan, waren verward door de diverse nationaliteitsproblemen. Deze situatie van ongebreideld imperialisme en nationalisme leidde tot een ongekende bewapeningswedloop en de vorming van verschillende allianties: De Triple Alliance: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië; De Triple Entente: Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Rusland.
Alle landen van Europa leverden geweldige inspanningen om de legers te vergroten en te moderniseren. Een vonk zou voldoende zijn om het kruitvat te doen ontploffen: De Oostenrijkse kroonprins, Aartshertog Franz-Ferdinand, die droomde van een gebiedsuitbreiding van Oostrijk-Hongarije met Bosnië, werd tijdens een bezoek aan Sarajevo vermoord.
Oostenrijk vermoedde Servische betrokkenheid en wilde komaf maken met Servië en het nationalisme in de Balkan. Oostenrijk vroeg en kreeg openlijk steun van Duitsland. Rusland steunde, met goedkeuring van Frankrijk, bondgenoot Servië. Het lokale conflict nam internationale proporties aan. Door het systeem van allianties en door de dynamiek van de mobilisatie van massa-legers, was een Europese oorlog onvermijdelijk geworden.
Zelden is een oorlog met zoveel enthousiasme van start gegaan, zelden echter was de onwetendheid over wat zou gebeuren zo groot. Iedereen meende dat het conflict vlug beslecht zou zijn. Niemand vermoedde dat het zou uitdraaien op een vier jaar durende massale slachtpartij, waarbij een hele generatie opgeofferd werd op de Europese slagvelden.
1.2. BELGIË IN OORLOG
Een schokgolf van oorlogsverklaringen en mobilisaties kwam op gang met het ultimatum van Duitsland tegen Frankrijk en Rusland als meest dreigende.
Duitsland, met het "von Schlieffen-Moltkeplan", ging ervan uit op twee fronten strijd te leveren: Een kleine strijdmacht in het oosten tegen de Russen en een grote getalsterkte in het westen tegen Frankrijk. Deze laatste aanval zou gebeuren via België, Nederland zou ontzien worden. Het gros van de Duitse troepen zou ten noorden van Metz een zwenkende beweging uitvoeren. Het grootste deel van die troepen zou zich ten noorden van Samber en Maas als een hamer verplaatsen, om dan verder als een wijde boog omheen Parijs te gaan. Uiteindelijk zouden de resten van het Franse leger verpletterd worden tussen de Jura en de Vogezen.
Op 2 augustus 1914 kwam het Duitse ultimatum, waarbij vrije doorgang geëist werd door België. De Belgische regering weigerde en op 4 augustus 1914 overschreden Duitse troepen onze grens. België deed alsnog een beroep op Britse, Franse en Russische steun om de
Zo ontstond een situatie waarbij de Duitsers noordelijk de Ijzer bereikten en zuidelijk aan de Leie stonden, met daartussen in het midden van het Vlaamse front een stagnerende opmars, met pas aangekomen jonge Studentenregimenten die nog in het stadium van organisatie verkeerden.
In dat stuk nog niet bezet Belgisch grondgebied bevond zich ook Poelkapelle. Doch dit betekende geenszins dat Poelkapelle nog geen kennis gemaakt had met de oorlog: Het mobilisatiebevel voor Poelkapelle werd afgeleverd op vrijdag 31 juli 1914 en was onverbiddelijk: morgenochtend met de eerste trein vertrekken uit het station van Poelkapelle. Die nacht stond het dorp in rep en roer! Zes dagen later sneuvelden de eerste twee Poelkapellenaren in de fortengordel omheen Luik.
Eind augustus werden de eerste Ulanen, Duitse ruiter-spion-soldaten, gesignaleerd. Om hen op te sporen werd beroep gedaan op een plaatselijke burgerwacht.
Een vluchtelingenstroom vanuit Mechelen, op gang gebracht door het brutale geweld van de Duitsers tegenover de burgerbevolking, bereikte via Roeselare ook Poelkapelle. Een vluchtelingencomité werd opgericht.
In tegengestelde richting passeerden voorbijrijdende troepen, aanvankelijk Fransen, richting Roeselare waar de Duitse opmars stuitte. Dit laatste zorgde voor een tekort aan aansluiting met verkenners en vooruitgeschoven eenheden van het zesde Duitse leger dat, achter de rug van de Belgische troepen heen, inmiddels leper binnengetrokken was. Zelf geschrokken van deze blitz-operatie ontruimden ze opnieuw de stad om zich opnieuw dichter bij het gros van het leger te voegen. Doch er was de stellige verzekering dat ze terug zouden keren en dan voor goed! Ondertussen voegden zich ook Engelsen bij de Fransen, die samen de druk van het IJzerfront moesten verlichten.
Het vermoeden ontstond dat leper een sleutelpositie zou innemen en dat het front zich voor de muren van deze stad zou stabiliseren. Poelkapelle zou gevechtsterrein worden. Met hun actie te Roeselare kregen Fransen en Engelsen de tijd zich te installeren in dorpen, weiden, tuinen en bosjes voor leper. De bevolking werd aangeraden het dorp te verlaten. Poelkapelle was het laatste dorp dat de Engelse generaal French nog wilde ontruimen, Langemark, twee en een halve kilometer verder, niet meer! Langemark werd ingeschakeld in de verdedigingslijn. Deze lijn zou als vertrekbasis dienen voor een grootscheeps offensief op Antwerpen. Dit bleek later een ijdel plan te zijn, dat niet meer thuishoorde in een moderne oorlogsvoering
1.4. POELKAPELLE ALS FRONTGEMEENTE
Op 18 september was de situatie in Roeselare niet meer houdbaar. De dag erop "Schuwe maandag" pakten de Duitsers uit met represailles tegen de burgerbevolking als vergelding voor het Franse verzet vanuit achtervensters van burgerhuizen. Een vluchtelingenstroom kwam opgang vanuit Roeselaere, Oostnieuwkerke en Westrozebeke. De weg Westrozebeke-Passendale werd tevergeefs verdedigd.
Op 20 oktober begon de grote vlucht van Poelkapelle. De wegen naar Langemark waren tegen de middag herschapen in een chaos van vluchtelingen met daartussen soldatenkolonnnes, de ene in tegengestelde richting de Duitsers tegemoet, de andere met de stroom mee de achterwaartse stellingen tegemoet.
HI. POELCAPELLE BRITISH CEMETERY
III. 1. Britse begraafplaatsen
De Britse begraafplaats te Poelkapelle bevindt zich aan de rechterzijde van de Brugseweg bij het uitrijden van het dorp richting Roeselare.
Wanneer we dichterbij de begraafplaats komen, bemerken we de kenmerkende omringende muur, de overwelfde ingangspoort en meerdere stenen schuilhuisjes. Allen zijn kenmerkend voor hun ontwerper. Gereputeerde Britse architecten (1, vanaf blz. ..) werden immers aangezocht ontwerpen te maken voor de vele Britse begraafplaatsen. Het was Majoor Charles Holden die verantwoordelijk was voor de begraafplaats te Poelkapelle, hij werd bijgestaan door Kapitein Wilfried Clement von Berg.
Een Britse begraafplaats is geen gewone begraafplaats zoals een burgerlijke begraafplaats, maar een monument. Het is aldus niet alleen aangelegd als herdenking, maar nog meer als een dankbare verering. Deze begraafplaatsen hebben dan ook iets van een park, zoals dat in Engeland gekend is. Ze zijn in tegenstelling tot andere militaire begraafplaatsen, vooral de Duitse, niet somber, maar helder en hoopvol, open op de hemel. Er zijn de gladgeschoren gazons, de doorlevende bloemen voor elk graf, de bomen, vaak ten hemel opgerichte populieren of kegelvormig gesnoeide linden.
Dagelijks werken er arbeiders, zowel Britten als Vlamingen, die geleid worden vanuit de Commonwealth War Graves Commission, C.W.G.C. (2) in leper.
III.2. Bezoek aan de begraafplaats
Bij het binnenkomen onder de gewelfde poort bevindt zich links in de rechtermuur een nis, gesloten door een zwart metalen deurtje. Hierin bevinden zich twee boeken: De "history" van de begraafplaats: ontstaan, ligging, plattegrond, namen van alle gekende gesneuvelden met hun adres, familieleden en de plaats op de plattegrond die telkens met twee tekens is aangegeven. Een Romeins cijfer voor de afdeling of perkgedeelte (plot) en een hoofdletter voor de rij (row). Daarnaast is er het bezoekersregister waarin de bezoeker zijn bedenkingen of een boodschap mag schrijven. De grond is eigenlijk Britse bodem, door België afgestaan, zoals aangegeven staat op het landtablet (3) op de linkermuur achter de nis. Bij het betreden van de begraafplaats vindt men op de linker buitenmuur van de poort een tablet dat de evolutie weergeeft van het westelijk front en een beknopte uitleg geeft over de begraafplaats.
Eenmaal op het grasperk kijkt men onmiddellijk uit over de immense vlakte met grafstenen. Deze begraafplaats heeft een oppervlakte van 22.586 m2. Er liggen 7445 gesneuvelden: 6545 Britten, 528 Canadezen, 117 Australiërs, 237 Nieuwzeelanders, 10 Zuid-Afrikanen en 8 Newfoundlanders. De begraafplaats is aangelegd na de wapenstilstand door het herbegraven van Britse gesneuvelden die oorspronkelijk op andere begraafplaatsen (4) waren of die men op het slagveld terugvond. In die zin kunnen we Poelcapelle British Cemetery dan ook beschouwen als een concentration cemetery (5).
We lopen wat verder in zuidoostelijke richting. Aan onze rechterzijde kunnen we van dichtbij kennismaken met de "Headstones". Dit zijn de grafstenen die allen dezelfde karakteristieken vertonen (9). Wat verder in dezelfde richting komen we op een opgevoerde hoogte.
We stappen in oostelijke richting tussen perk LVII en LVIII. Op de plaats XLVIII-C-2 ligt de hoogst in rang gesneuvelde nl. Lieutenant Colonel T.M. Rixon (MC, Military Cross) van 6th attd 8 Bn King's Royal Rifle Corps, 19th Septembre 1917, age unknown.
We vervoegen onze pas tot we in perk LVI-F-8 links bij de grafsteen komen van Private J. Condon, Royal Irish Regiment, 24l May 1915, age 14. Van John Condon wordt officieel gezegd dat hij de jongste Britse gesneuvelde is. Dit is ook de reden waarom in de vele voorbije jaren een ware pelgrimage naar zijn graf is ontstaan. De vele poppie-kruisjes neergeplaatst bij de grafsteen zijn daar zeker niet vreemd aan. Doch de laatste jaren is John Condon ook een controversieel persoon geworden. Zeker niet omwille van zijn inzet tijdens WO I, want zonder enige twijfel verdient hij ons aller respect. Veel meer worden een aantal feiten, nadat Condon gesneuveld was, in vraag gesteld waardoor het verhaal omtrent Condon meer en meer een mythe lijkt te worden.

In het perk verder LV-F-11,12 en 13 liggen drie officieren van het 2nd Royal Welch Fusiliers die met enkele minuten tijdsverschil sneuvelden in het Polygoonbos in de namiddag van 26 september: Major Roger Alvin Poore, age 47, en 2nd Lt Randall Alexander Casson, age 23 en 2nd Lt Ernest Forbes Campbell Colquhoun, age 28. Zij werden alledrie naast mekaar begraven, broeders bij leven en dood.
We verlaten deze plaats via het reeds gevolgde pad tot voorbij perk XLIX, waar we rechts afslaan. Steeds rechtdoor komen we nu te midden van de begraafplaats. Het immense van de begraafplaats laat zich hier heel sterk voelen. Poelcapelle British Cemetery is dan ook de derde grootste begraafplaats van de Ieperboog, na Tyne Cot in Passendale en Lyssenthoek in Poperinge. Onder de 7445 gesneuvelden bevinden zich 6232 onbekenden. Dat is verhoudingsgewijs bijna 3 op 4 en dat is aanzienlijk. Geen enkel kerkhof heeft zoveel onbekenden! Dit heeft te maken met het feit dat de meeste gesneuvelden vielen tijdens de
elders begraven werden en wiens graf niet terug gevonden werden. In het midden van de stenen bevindt zich een Duhallow Block (10). Steen 1 herinnert aan een gesneuvelde eertijds begraven op Poelcapelle Communal Cemetry, steen 2 Keerselaere French Cemetery, Langemark, steen 3 Poelcapelle German Cemetery n° 2, steen 4 tot en met 26 -St.-Jean Churchyard en steen 27 Pilckem Road German Cemetery. De Ie grafsteen is opgericht ter ere van Pte T O'Shea, 2nd Bn Royal Irish Regiment, 25th May 1915, age 23. O'Shea die krijgsgevangen was genomen stierf aan zijn verwondingen, waarna de Duitsers hem begraven hebben op het burgerlijk kerkhof van Poelkapelle.
III.3. Bijlagen
(1).
Architect Majoor Charles Holdon en assistent-architect Capt. Wilfrid Clement von Berg
Architecten, de beste van hun generatie, werden aangezocht voor de ontwerpen van de Britse begraafplaatsen. Voor Frankrijk en België en benoemd: Sir Edwin Luytens (1869-1944), Sir Reginald Blomfield (1856-1942), Sir Herbert Baker (1862-1946) en Majoor Charles Holden (1875-1960).
Majoor Charles Holdon werd geboren in Bolton (Lancashire). Hij werkte tussen 1920 en 1926 voor de I.W.G.C. Hij was tevens bijzonder medewerker bij de bouw van de metro en de universiteit van London (vanaf 1931). Hij was de ontwerper van 67 begraafplaatsen en monumenten waarvan 18 in België. Kenmerkend voor zijn stijl is de zuilengalerij, alhoewel deze in Poekapelle ontbreken.
Deze hoofdarchitecten werden bijgestaan door jongeren die op veel plaatsen ook optraden als ontwerper en uitvoerder van een realisatie. Allen hadden ze ook gediend en gestreden in de oorlog. Majoor Holden werd voor Poelkapelle bijgestaan door Capt. Wilfrid Clement von Berg.
(2)
Fabian Ware (1869-1949^ en de C.W.G.C.
De Commonwealth War Graves Commission vindt zijn oorsprong in de persoon van Fabian Ware. Hij was in september 1914 in Frankrijk aan het front als overste van een mobiele eenheid van het Britse Rode Kruis. Hij was getroffen door het totaal ontbreken van enige organisatie die instond voor het noteren van de graven van de oorlogsdoden. Zijn bekommernissen van hemzelf en zijn medewerkers werden gewaardeerd door het War Office en werden geconcretiseerd door zijn oprichting van de "Graves Registration Commission", onder zijn leiding. Op 21 mei 1917 werd de "Imperial War Graves Commission" (I.W.G.C.) opgericht door een Royal Charter. Een bijkomend Charter werd op 8 juni 1964 opgesteld voor de naamswijziging in "Commonwealth War Graves Commission" (C.W.G.C).
De uiteindelijke taak van C.W.G.C. klinkt officieel als volgt: "Overal ter wereld graven te merken en te onderhouden van de slachtoffers van de beide wereldoorlogen. Het bouwen en het onderhouden van gedenktekens voor de niet gevonden slachtoffers en hun graven. Het aantekenen van deze gegevens en het verspreiden van deze registers". De uitvoeringsprincipes voor deze taak werden op 25 september 1920 per decreet vastgelegd:
-Iedere dode wordt individueel herdacht: op een eigen grafsteen of vermeld op een gedenkteken van de vermisten ("Missing Memorial"). -De grafstenen en gedenktekens moeten permanent blijven.
-Concentration Cemetery: Het grootste aantal "New Cemeteries" werd aangelegd na de Wapenstilstand door het bijeenbrengen (concentreren) van de vele voorlopige graven uit de omgevende slagvelden.
-Open/Closed Cemetery: alle Britse militaire begraafplaatsen zijn "closed" (gesloten). Dit betekent dat geen veranderingen aan de opstelling en uitvoering mag worden gedaan, tenzij in zeer uitzonderlijke gevallen van openbaar nut. "Open", op deze begraafplaatsen worden de nu ontdekte stoffelijke resten van gesneuvelden bijgevoegd.
(5) Gesneuvelden overgebracht van volgende begraafplaatsen
-Houthulst Forest New Military Cemetery, Langemark (aan de zuidzijde van Houthulstbos; hier lagen Franse militairen en 21 Britse militairen en 2 Britse piloten die sneuvelden tijdens de winter van 1917.)
-Keerselaere French Cemetery, Langemark (in de omgeving van het huidige Canadees monument; hier lagen 29 Fransen, 5 Canadezen en 2 Britten die door de Duitsers in 1915 begraven werden.)
-Pilckem Road German Cemetery (ten zuidwesten van de brug over de Steenbeek; 13 Britten en 1 Canadees die door de Duitsers begraven werden)
-Poelcapelle Communal Cemetery (de 1er T O'Shea)
-Poelcapelle German Cemetery n° 2 (1,6 km ten zuidoosten van Poelkapelle; 96 Britten en Canadezen die sneuvelden in 1914 en 1915.)
-St.-Jean Churchyard (44 Britten die sneuvelden in 1915 en wiens graven in latere gevechten volledig vernield werden.)
-Staden French Military Cemetery (Hier lagen 80 Fransen en 1 officier van de Royal Air Force.)
-Vijfwegen German Cemetery , n°l (Vlakbij de halte van de spoorweg; 3 Britten)
(6) Het "Cross of Sacrifice" (*)
Het kruis is een ontwerp van Sir Reginald Blomfield. Het werd opgericht op begraafplaatsen met meer dan 40 graven. In tegenstelling tot Luytens ging Blomfield er mee akkoord om de verhoudingen aan te passen, naargelang de grootte van de begraafplaats. Dit kruis werd uitgevoerd in vier afmetingen en geplaatst op een achtkantige sokkel:
-Type A/1 - hoogte 4,432m - 40/250 grafstenen -Type A - hoogte 6,058m - 251/2000 grafstenen -Type B - hoogte 7,547m - meer dan 200 grafstenen -Type C - hoogte 9,069m - speciaal
Vooraan (en soms ook achteraan) werd een bronzen zwaard in omgekeerde zin geplaatst.
De I.W.G.C. benadrukte dat het kruis te beschouwen was als "een universeel symbool voor offerbereidheid". Het verticale en het horizontale als combinatie van leven en dood. Het feit dat het kruis omgekeerd staat, wijst erop dat de strijd gestreden is en dat nu de tijd van rouw om de doden gekomen is.
(1) De "Stone of Rembrance" (*)
Deze gedenksteen is een ontwerp van Sir Edwin Landseer Lutyens, de meest geniale van de vier hoofdarchitecten.
Deze steen werd geplaatst op een drietraps sokkel en meet 366 x 84 x 107,5 cm aan de basis (lxbxh) en 350 x 67,5 aan de bovenkant. Door de zeer hoge kostprijs (500£ in die tijd, nu +/-€72.000) werd hem gevraagd de grootte of de verhoudingen te veranderen, wat hij weigerde. Door de disproportie op de kleinere begraafplaatsen, werd die steen geplaatst vanaf een aantal dat duizend oorlogsgraven benadert, wat niet overal zo was. De steen had een gewicht van tien ton.
Met deze steen wil uitdrukking gegeven worden aan de idee van de eeuwigheid. Wat is eeuwiger dan een steen, met in dit geval ook nog de ideale afmetingen? Lutyens zelf stond er op geen reiligieuze betekenis te geven
(8) "Their name liveth for evermore"
Dit citaat werd door Rudyard Kipling (1865-1936) -auteur van o.a. Jungle Book- gekozen uit het Oude Testament, Ecclesiasticus 44, vers 14.
Met opzet werd het eerste deel weggelaten, dit om de hindoes en de sikhs niet te beledigen. Volgens hun godsdienstige voorschriften moeten hun doden gecremeerd worden en niet begraven. Het volledige vers was: "Their bodies are buried in peace, but their name liveth for evermore", "In vrede werd hun lichaam begraven, maar hun naam leeft voort van geslacht tot geslacht.
(*) De C.W.G.C. legt nu de betekenis van het kruis en de steen anders uit: Het Cross of Sacrifice staat voor de godsdient van de meerderheid van de begraven militairen, terwijl de Stone of Remembrance er staat voor alle gelovigen en ongelovigen.
(9) Gelijke Headstones
Iedere dode, zonder enig onderscheid van rang of stand, werd begraven in het land en op de plaats waar hij overleed (killed in action, died of wounds, died of sickness).
De volgende basisregels werden van bij het begin van de definitieve inrichting van de begraafplaats aangenomen:
-Alle gedenktekens moesten blijvend zijn
-De grafstenen uniform
-Geen enkel onderscheid in rang of stand
De aangenomen "Standard Headstone" werd gebrevetteerd en beschermd tegen foutief gebruik. De vorm van de grafstenen voor de gevallen militaire slachtoffers uit de periode.
Onder de grafsteen werd de naam toch op die grafsteen vermeld en niet op de gedenktekens van de vermisten. Deze stenen werden de "Special Memorials" genoemd. Er waren meerdere opschriften:
-Opschrift type A: "burried elsewhere in this cemetery"/ Ergens anders begraven op deze begraafplaats
Deze inbeiteling komt zeer weinig voor en herdenkt iemand waarvan men, aan de hand van tijdens de oorlog opgemaakte lijsten van de "Graves Registration Commission" zeker wist dat hij ooit alhier begraven was, maar door latere beschietingen werd het graf volledig vernield en ging verloren. Andere ook gebruikte teksten: "buried in this cemetery"/hier begraven, "known to be buried in this cemetery'Vzeker hier begraven, "known to be buried in this grave'Vzeker begraven in dit graf.
-Opschrift type B: "believed to be buried in this cemetery"/Vermoedelijk begraven op deze begraafplaats
Een sterk vermoeden bestond, maar er kon niet met volle zekerheid gezegd worden dat deze militair hier was begraven. Dit betrof meestal gesneuvelden van voor de oprichting van de "Graves Registration Commission".
-Opschrift type C: "buried near this spot'VBegraven in de omgeving
Men wist reeds bij de opstelling dat de grafsteen niet juist boven het werkelijke graf stond. Dit werd veel gebruikt in de rijen met "collective graves" (*2), soms met meerdere namen op één steen.
-Opschrift type D: " believed to be'VVermoedelijk
Wanneer men een heel sterk vermoeden had van de juiste identiteit, maar niet helemaal zeker was.
-Opschrift typte E: "to the memory of/Ter herinnering met daaronder de "Standard headstone"-vermeldingen als embleem, stamnummer, naam, ... en toegevoegd: "buried at the time in...", "whose grave is now lost..." of "whose grave was destroyed in later battles" en met opschrift: "their glory shall not be blotted out"(*3).
Deze gedenkstenen werden samen met de andere graven geconcentreerd in een nabije begraafplaats. Alleen de stenen herinneren aan de gevallen militair. Hij was er ook niet begraven. Zijn naam werd niet vermeld op een memoriaal voor de vermisten.
-Duhallow Block: wanneer zes of meer dergelijke grafstenen samen werden opgesteld (in een halve cirkel, op een lijn of drie rijen) werd de tekst (betreffende de eerste begraafplaats) samengevoegd op een korte zuil (ook uit Portland zandsteen). De zuil werd dan een "Duhallow Block" genoemd, naar de eerste toepassing op een begraafplaats nabij leper: Duhallow A.D.S. Cemetery.
-Opschrift type E: "buried in ..."/begraven op ...
Dit opschrift werd gebruikt tot het herdenken van doden die eigenlijk eerst begraven werden op een andere plaats, maar waarvan het graf niet kon worden bestendigd, zoals bij een kerkhof dat ontruimd was.
(*2) Collective graves worden genoemd naar oorlogsdoden met een individuele grafsteen, maar met hetzelde grafnummer en die vermeld werden in het betreffend C.W.G.C.-register. Deze grafstenen staan meestal dicht naast elkaar geplaatst, met één of meerdere namen. Dit
tussen 4 augustus 1914 en 31 augustus 1921 was een recht opstaande platte steen, vastgezet in een ondergrondse betonnen sokkel (of voetstuk) met als afmeting hoogte 81 cm, breedte 38 cm en dikte 7,5 cm met een licht gebogen bovenkant.
Datzelfde type steen werd later ook gebruikt voor de oorlogsdoden van de oorlog 1939-1945. In enkele gevallen en in Franse begraafplaatsen liggen de grafstenen plat op de grond door de ongeschikte ondergrond voor de rechtopstaande stelling.
De gebruikte steensoort was lang niet altijd uniform voor alle grafstenen. De duurzaamheid en weerbestendigheid waren een eerste vereiste, de prijs kwam op de tweede plaats, maar marmer was echter te duur.
De keuze viel op twee soorten kalksteen: "Portland" en "Hopton wood". Het kon voorkomen dat de verschillende steensoorten gebruikt werden op dezelfde begraafplaats (nu meer en meer door de vernieuwing van de grafstenen). Op de meeste Britse begraafplaatsen zijn de headstones gemaakt van witte Portland zandsteen. In 1926 kreeg men reeds problemen en stootte men op slechte steenlagen. Op vele begraafplaatsen in de Ieperboog waren de gebruikte grafstenen grijzer en veel grover van korrel. Het gaat hier om Hopton Wood steen. In 1925 had men af te rekenen met lagen van slechte kwaliteit. Er werd toen gekozen voor een Italiaanse steensoort, Botticino Marmer. Dit soort witte marmer werd oorspronkelijk gebruikt voor de grafstenen op de Britse begraafplaatsen in Italië. Deze steensoort was veel gladder, niet water absorberend en veel beter weerbestendig. Ondertussen wordt opnieuw overgegaan of overwogen om de groeven van Portland en Hopton opnieuw te openen.
Alle grafstenen krijgen dezelfde ingebeitelde vorm van informatie van onder naar boven. Door de toentertijdse gebrekkige taalkennis waren fouten niet uitgesloten. Bij verweerde grafstenen of vervangstenen, past men nu de techniek met de pneumatische beitels toe. Hiervoor is de gravering dieper en beter afgewerkt. Dit gebeurt zelfs ter plaatse. De basistekst bestaat uit:
-Bovenaan het ingegraveerd nationaal embleem (symbool) of regimentsbadge voor de Britse en Indische eenheden
• Canada : Maple leaf (esdoornblad)
• Australia : Opkomende zon
• New Zealand : Fern leaf (varenblad)
• South Africa : Kop van de springbok
• New Foundland : Kop van de karibou
-Rang, naam, eenheid, datum van overlijden, (geen stamnummer voor officieren) -Leeftijd en meestal een religieus teken
-Onderaan (in de meeste gevallen) een tekst door familieleden gekozen. Dit wordt het grafschrift of "epithaph" genoemd.
(10) "Special Memorials"
Het was de bijzonderste zorg van I.W.G.C. de gegevens en de identificatie zo juist mogelijk aan te duiden. Daarvoor bestond ook de mogelijkheid speciale inscripties bovenaan in de steen te beitelen met de bedoeling bepaalde onzekerheden te onderlijnen.
Dit was het geval voor grafstenen van militairen van wie de naam gekend was, maar waarbij onzekerheid bestond over de exacte begraafplaats. Alhoewel de militair niet begraven lag
kon worden toegepast in dezelfde rij en in het midden een steen met enkel het embleem en een Latijns kruis.
Op sommige Casualty Clearing Station (CCS.) begraafplaatsen werden de doden, bij uitzondering van officieren en vliegers, alleen in een deken gewikkeld en twee per twee in hetzelfde graf (of gedolven rijgraven) gelegd. In dit geval staan de stenen ook zeer dicht, maar de graven werden afzonderlijk genummerd (voorbeeld: I/B/2 en I/B/2.A). Ook bij battlefield begraafplaatsen werden collective graves veel toegepast. De doden werden gegroepeerd begraven in een haastig gedolven sleuf, een granaattrechter, in een kapotgeschoten waarnemingspost of in een stuk loopgraaf. Bij een latere herbegraving of concentratie naar een andere begraafplaats was de individuele identificatie dan uitgesloten. Wanneer dit twee oorlogsdoden waren, en samen vermeld op één grafsteen, werd dit dan "Joint grave'Vdubbelgraf genoemd. Dan werd één of indien nodig twee emblemen in de steen gebeiteld.
(*3) We spreken van een "Kipling Memorial" wanneer de vermelde tekst gekozen is door Rudyard Kipling. Dit was het geval voor "their glory shall not be blotted out". Deze tekst werd genomen uit Ecclesiasticus, hoofdstuk 44, vers 13. Dit is het vers dat vooraf gaat aan de verstekst van de "Stone of Remembrance", die ook door Kipling gekozen werd.
(11) John Condon
John Condon meldde zich 16 jaar oud toen hij dienst nam. In april 1915 vertrok hij met zijn eenheid naar het front, zonder dat zijn familie hiervan op de hoogte was. Op 24 mei 1915 sneuvelde hij toen zijn bataljon ten westen en noordwesten van Mouse Trap Farm (eerste grote hoevegebouw rechts van Noorderring naar leper komende van Poelkapelle) de laatste Duitse gasaanval van de tweede slag om leper te verduren kreeg. In werkelijkheid zou hij de volgende maand 14 jaar geworden zijn...
Links van Pte. J. Condon ligt T. Carthy, Royal Irish Regiment, 24th May 1915, age 47, die de oudste van het regiment was. De 10 gesneuvelden in de rij van Condon zijn waarschijnlijk allen overgebracht van een begraafplaats bij Railway Wood (bos rechts van de verbindingsweg tussen Meenseweg leper en autosnelweg A19). De gegevens hierover kloppen op één na volgens de registers van C.W.G.C). Condon en Carthy waren er begraven als onbekenden. Bij de ontgraving werden enkele identificatiestukken gevonden, voor wat Condon betreft was dit o.a. een "Piece of Boot". Aan de hand van dat stuk bottine werd "Pte J. Condon 6322 Royal Irish Regiment" geïdentificeerd. In 1923 werden ze overgebracht naar Poelkapelle British Cemetery.
kon worden toegepast in dezelfde rij en in het midden een steen met enkel het embleem en een Latijns kruis.
Op sommige Casualty Clearing Station (CCS.) begraafplaatsen werden de doden, bij uitzondering van officieren en vliegers, alleen in een deken gewikkeld en twee per twee in hetzelfde graf (of gedolven rijgraven) gelegd. In dit geval staan de stenen ook zeer dicht, maar de graven werden afzonderlijk genummerd (voorbeeld: I/B/2 en I/B/2.A). Ook bij battlefield begraafplaatsen werden collective graves veel toegepast. De doden werden gegroepeerd begraven in een haastig gedolven sleuf, een granaattrechter, in een kapotgeschoten waarnemingspost of in een stuk loopgraaf. Bij een latere herbegraving of concentratie naar een andere begraafplaats was de individuele identificatie dan uitgesloten. Wanneer dit twee oorlogsdoden waren, en samen vermeld op één grafsteen, werd dit dan "Joint grave'Vdubbelgraf genoemd. Dan werd één of indien nodig twee emblemen in de steen gebeiteld.
(*3) We spreken van een "Kipling Memorial" wanneer de vermelde tekst gekozen is door Rudyard Kipling. Dit was het geval voor "their glory shall not be blotted out". Deze tekst werd genomen uit Ecclesiasticus, hoofdstuk 44, vers 13. Dit is het vers dat vooraf gaat aan de verstekst van de "Stone of Remembrance", die ook door Kipling gekozen werd.
(11) John Condon
John Condon meldde zich 16 jaar oud toen hij dienst nam. In april 1915 vertrok hij met zijn eenheid naar het front, zonder dat zijn familie hiervan op de hoogte was. Op 24 mei 1915 sneuvelde hij toen zijn bataljon ten westen en noordwesten van Mouse Trap Farm (eerste grote hoevegebouw rechts van Noorderring naar leper komende van Poelkapelle) de laatste Duitse gasaanval van de tweede slag om leper te verduren kreeg. In werkelijkheid zou hij de volgende maand 14 jaar geworden zijn...
Links van Pte. J. Condon ligt T. Carthy, Royal Irish Regiment, 24th May 1915, age 47, die de oudste van het regiment was. De 10 gesneuvelden in de rij van Condon zijn waarschijnlijk allen overgebracht van een begraafplaats bij Railway Wood (bos rechts van de verbindingsweg tussen Meenseweg leper en autosnelweg A19). De gegevens hierover kloppen op één na volgens de registers van C.W.G.C). Condon en Carthy waren er begraven als onbekenden. Bij de ontgraving werden enkele identificatiestukken gevonden, voor wat Condon betreft was dit o.a. een "Piece of Boot". Aan de hand van dat stuk bottine werd "Pte J. Condon 6322 Royal Irish Regiment" geïdentificeerd. In 1923 werden ze overgebracht naar Poelkapelle British Cemetery.
Uiteindelijk is John Condon een controversieel persoon geworden. Zeker niet omwille van zijn inzet tijdens WO I, want zonder enige twijfel verdient hij ons aller respect. Veel meer worden een aantal feiten nadat Condon gesneuveld was in vraag gesteld. De hr. Aurel Sercu (de Diggers) trekt na een diepgaand onderzoek een viertal conclusies:
-Onder de grafsteen van John Condon op Poelcapelle Britisch Cemetry ligt naar zijn overtuiging niet de resten van John Condon.
-Met bijna absolute zekerheid kan gezegd worden wiens stoffelijke resten er wel liggen.
-De plaats waar John Condon begraven is -als bij al begraven is- kan beschouwd worden als
onbekend.
-Er zijn heel ernstige reden om aan te nemen dat John Condon, op het ogenblik van zijn dood, niet 14 was, maar (bijna) 18.
Omdat een niet zo C.W.G.C.-gezinde vereniging, ging lopen met het onderzoek van de hr. Aurel Sercu, heeft deze afgezien van publicatie van zijn bewijsvoering. Wie de discussie wil volgen en een bewijsvoering wil lezen kan terecht op:
http://www.diggers.be/N/Ezine/2()03/JohnCondon.htm http://www.cwgc.co.uk/
Grondplan Poelcapelle Britisch Cemetery

Gesubsidieerde Vrije
Basisschool
Brugseweg 118
8920 poelkapelle
Tel./fax. 057/48.71.18
gvb.poelkapelle@scarlet.be
htpp://verenig.langemark-poelkapelle.be/vbspoelkapelle/
Ondernemingsnummer 0463.071.763
V.Z.W. Onze Lieve Vrouw, nr. 7067/98
Nieuwplaats 2, 8920 Langemark-Poelkapelle
Poelkapelle, woensdag 11 juni 2008


