4de Linie
Hoe gehard ze ook waren, hoe verlangend om er een eind aan te maken, de angst in de harten en hoofden was groot.
We kunnen ons niet voorstellen welke gevoelens en gedachten in deze mannen opkwamen en hoe ze die probeerden te verwerken, terwijl ze daar zaten in het slijk van de donkere loopgraaf, het geweer met de bajonet erop in bibberende handen (en zeker niet alleen van de kou en de regen), verdoofd door de al drie uren durende artilleriebeschieting, het hart klopend in de keel telkens als de luitenant op zijn klok keek en zei: nog twintig minuten, nog vijftien, tien... en dan maar piekeren: liggen we hier niet op de slachtbank, als stoute jongens gedoemd om het bos aan te vallen in plaats van het te omsingelen, omdat we voor bepaalde heren te Vlaamsgezind zijn...
 EDIT.jpg)
Het 4de Linie: zuidelijke zoom van het Vrijbos
Dit regiment vormde de rechterflank van de 7de ID. Het sloot ter hoogte van de Sachsendam aan bij de 3de ID uit de centrale groepering. Dit "Meisterstuck" van Duits genie zoals de Duitsers hetzelf betitelden en waarmee ze de steeds weerkerende overstroming ervan de Pottedreef hadden opgelost, lieten ze daarna even "meesterlijk" in de lucht vliegen. De puinhopen ervan boden echter aan de Belgen nog een vaste ondergrond. Het linkse aanvals bataljon leunde aan tegen de moerassen rond het Papegoed, waar ergens volgens de stafkaarten de Corverbeek moest vloeien. Hier helemaal geen vaste ondergrond. Het 4de Linie had dus niet zo’n breed aanvalsfront. Maar gezien de verwachte moeilijke opdracht wel te verantwoorden.
Eerst meest de "zone des entonnoirs" worden door geworsteld. Dit was de streek grond waarop dagelijks, al de hele oorlog lang, op werd geschoten, een zone waarin niemand het lang kon uithouden. Het belette nu een vlugge Belgische vooruitgang niet. Pas wanneer de regimenten van de 7de ID de bosrand naderden, verhoogde de Duitse artillerie, in het bos weggestopt, haar acties.
De Saksen van het 100ste IR Leibgrenadiere, toonden zich in deze sector hun "ijzeren” naam "waardig". Sommige mitrailleursnesten konden door de Belgen alleen na woeste lijf aan lijf gevechten uitgeschakeld worden, waarbij achteraf bleek dat geen valide Saks meer overschoot die nog enige munitie had. Er konden maar weinig krijgsgevangenen worden genomen
 EDIT.jpg)

In vijf uur tijd de helft van het Vrijbos in handen.
De Belgen haalden het echter op deze ijzerharde, ervaren soldaten. Ze hadden de nodige overmacht en frisheid. En hun overwinningsroes was groot. Hoe meer het er de schijn van kreeg, dat ze nooit meer hoefden terug te keren naar de beroerde loopgraven aan de Ijzer dat zelfs het gevreesde Vrijbos hun dat niet zou beletten, hoe meer kracht het hen gaf. Rond halfnegen, drie uren na de start, drong het 4de Linie de eerste uitlopers aan de zuid-westelijke punt van het Vrijbos binnen. Het maakte zich meester van de belangrijke Carrefour du Renard (de Bosbron) en bereikte de weg Houthulst—Poelkapelle ter hoogte van het Weiszes Haus (kasteel Vanbeneden). De verst vooruit gekomen compagnies hadden 6km terreinwinst geboekt.
Rond 10 uur trad vertraging in. Dat kwam door flankvuur dat van links, uit kanonnen en mitrailleurs die in de randen van het skibos en het Sifonbos verdoken zaten. Recht voor het 4de Linie rees als een ondoordringbare muur een rij van zes bunkers op tussen het Sifonbos en het Mysteriebos.
Om die te ontwijken moest eerst het Skibos gezuiverd worden. Dat lukte toen de aanvals compagnieen de Conterdreef (Roggestrasze) konden bereiken. Daar vertelden Duitse krijgs-gevangenen dat in het Mysteriebos een heel bataljon van het Saksische 108ste Schützenregiment hen stond op te wachten. Majoor Cocquenet vond zijn eigen bataljon niet meer in staat tegen die Saksen de strijd aan te gaan, het begon na vier uren onafgebroken zware inspanningen aan het einde van zijn krachten te geraken en miste de nodige steun van de artillerie.
Het 7de AR, die aanvankelijk de opmars perfect had ondersteund, kon door de staat van het terrein het tempo niet meer bijhouden en dus de barrage voor de infanterie niet meer verzekeren. Ze liep vast in het trechterlandschap dat ook in 1917 het offensief van het Franse 1ste Leger onder generaal Anthoine (noordelijke deel van de 3de Slag bij Ieper) noodlottig was geweest en dat er sindsdien nog slechter bij lag.
Na de hoopvolle successen in de morgen keerde de toestand na de middag langzaam om, de hoop de vooropgezette doelen te bereiken verdween.
Bloedige namiddag noopt tot stilstand.
Slechts voetje voor voetje ging het nog vooruit. Ten koste van geweldige verliezen kon het Fluwijnbos tussen de Corverbeek en de Edelmanstrasze van vijanden gezuiverd worden. Het was niet langer verantwoord verder aan te dringen, de bataljons- en compagnie officieren oordeelden dat veel van hun mannen al over de limiet waren en dat ze zich tegen de formidabele rij bunkers van de Waldriegel vruchteloos te pletter zouden lopen. Generaal-Majoor Mahieu gaf dan ook om 20 uur het bevel:
...ter plaatse te wachten tot het uur H van de volgende morgen (dat was 5.45 uur), zich te organiseren en de verbindingen te herstellen. Ook van de nacht te profiteren om orde te scheppen onder de troepen en reserves in te schakelen.
"De troepen moesten dus niet meer aanvallen, maar van rusten was in dit order ook geen sprake. Er moest integendeel ferm gewerkt worden. Sommige bataljonscommandanten schenen er geen bezwaar tegen te hebben. Een van hen antwoordde om 10 uur ’s nachts aan Mahieu: "Les compagnies sont prêtes a marcher au premier signal".De verliezen bedroegen 7 officieren gesneuveld of gewond (zie bijlage 6 achteraan),34 manschappen gewond,14 vermisten.
Bron: Van het Vrijbos tot Roeselare(eindoffensief 1918) door Robert Baccarne en Jan Steen.

