Poelkapelle omsingeld.
Om 6.30 uur stond het 4de lagers te Voet al tussen Langemark en Poelkapelle in de beruchte ”Eagle Line". Die strekte zich uit tussen Coed Ter Vesten en Jungburg Hof (Pheasant Farm) en maakte deel uit van de Preussenstellung. Ook deze hindernissen die precies een jaar tevoren dagenlange slachtingen hadden gezien vroegen nu slechts een paar uren om in bezit te worden genomen. Als de Belgen al enige vertraging opliepen, kwam dat het meest door de granaattrechters en de onvoorstelbare rommel die het slagveld versperden, even als de onbegraven of omhoog gewoelde skeletten van Britten en Duitsers, op en tussen de vele begraafplaatsen.
Door de puinhoop van Poelkapelle liep de Bayernstellung, een net van betonnen bunkers.De vrees bestond dat de Bayern (Beieren) waarschijnlijk de stelling die hun naam droeg hardnekkig zouden verdedigen.
Het derde bataljon (majoor Pellaert) van het 4de Jagers, dat Poelkapelle als eerste binnendrong, ondervond het tot zijn schade. De verliezen stegen ineens aanmerkelijk. Ook het tweede bataljon (majoor Dumont) dat te hulp schoot, kon de Duitse weerstand niet breken.
Toen kwam de melding dat het 4de Karabiniers op de rechterflank van de Jagers al een eind Poelkapelle ten zuiden voorbij was en dat het 14de Linie ten noorden de berm van de spoorweg naar de Vijfwegen had bereikt.
Wat drong zich meer op dan Poelkapelle in te sluiten? Het 4de lagers te Voet kreeg dan ook de opdracht Poelkapelle niet langer frontaal aan te vallen, maar de Duitsers aan de praat tehouden aan de zuidwesthoek van het dorp. Daar had een aantal fanatieke Duitse officieren zich in winkelhaakvorm verschanst en de taak van hun moedeloze soldaten overgenomen door zelf de mitrailleurs te bedienen.
Intussen drong het lste Jagers te Voet, samen met het eerste bataljon (majoor Billemont) van het 4de Jagers ten noorden van het dorp door, veroverden daar een rij bunkers plus de vesting "Ferme des Nobles", allemaal deel uitmakend van de Bayernstellung. Omstreeks 9 uur maakten ze de verbinding met het 2de Karabiniers aan de weg naar Westrozebeke, ter hoogte van de grote Britse begraafplaats. Dat ging niet zonder moeite,omdat de Duitsers, toen ze de dreiging van insluiting gewaar werden, met alle macht probeerden uit te breken. Heel wat van hen slaagden er inderdaad nog in om tijdig uit de tang te glippen. Tenslotte waren Poelkapelle en zijn station in Belgische handen, een jaar min een week nadat Britse troepen het hun hadden voorgedaan. Voor de Britten was het echter een Pyrrusoverwinning geweest. In plaats van twee en een half uur had het hun toen twee en een halve maand bloed gekost...
Er waren wel gelijkenissen: Er was niemand om bevrijd te worden, geen verwelkoming dus. Na Poelkapelle, op ongeveer dezelfde plek, stokte de aanval. Het weer was even bar. De artillerie noch de bevoorrading konden snel genoeg volgen.
Gebrekkige verbindingen.
Door de slechte staat van het terrein kon de artillerie niet verder komen dan de Preussenlinie. Daarbij liepen verbindingen met hogerhand en met buurbatterijen mank doordat telefoonleidingen herhaaldelijk werden onderbroken en estafettes en koeriershonden te laat of zelfs helemaal niet ter bestemming kwamen. Postduiven waren nog het beste middel, maar die waren schaars en kwamen in een bewegingsoorlog minder van pas. De werkelijkheid was erger dan alle voorbereidende verkenningen of berekeningen hadden voorspeld. De snelle vooruitgang van de infanterie was nog een bijkomende verrassing voor de artillerie, haar beschermende vuurgordijn dreigde op eigen infanterietroepen terecht tekomen. Bij het 14de Linie, dat het snelst vorderde, moest men herhaaldelijk vuurpijlen afschieten met het dringend verzoek het spervuur te verlengen.
Onvoldoende Franse steun.
En wat met de Franse reservetroepen? Nogal wat nonchalance. Alleen het 169de RI volgde op 1500 m afstand achter het 14de Linie en 1ste Jagers aan, installeerde zich zelfs op Turenne Crossing ten oosten van het station van Poelkapelle. De twee andere regimenten van generaal Segonnes 128ste ID, die te hulp moesten komen als de Belgische vooruitgang begon te vertragen, zaten nog rustig uit te kijken op de Pilkem Ridge.
Segonne bleef emmeren over wie bevoegd was hem bevelen te geven: zijn Franse overste Degoutte of de Belgische generaal Jacques. Volgens voorafgaande overeenkomsten warer beiden bevoegd, een situatie die gemakkelijk tot wrijvingen kon leiden. Toen de Franse aarzeling de woedende Jacques niet zinde, beweerde Segonne dat zijn drie regimenten nog niet klaar waren om te helpen de Tiendenberg te nemen. Hij poogde te zalven met de vleierij: "Wat de dappere Belgen niet konden, zou ook de Fransen niet lukken". "Bovendien", voegde hij eraan toe, "mochten de Franse troepen slechts in actie treden in uiterste nood". Was die nood dan zo groot? Toen Segonne tenslotte toch bewoog, was het te laat. De Duitsers konden zich reorganiseren, zodat de laatste actie tegen de Tiendenberg voor de Belgen in een drama eindigde.
Actie "Tiendenberg" mislukt.
De verliezen bij de Belgische 9de ID werden na de namiddag snel hoger. Toch gold nog altijd het bevel dat ook het derde objectief van de dag, de Tiendenberg, moest veroverd worden. Het was in de ochtend zo buitengewoon vlot gegaan... En de frisse Fransen stonden toch klaar voor een duwtje in de rug...
Nog meer groeide de hoop toen om 14 uur de 51ste Batterij van het 9de AR eindelijk de Bayernstellung in Poelkapelle wist te bereikten. Ze begon onmiddellijk de Flandern II-Stellung te beschieten om een laatste aanvalspoging op de Tiendenberg voor te bereiden. Generaal Jacques wenste dat de hoogte nog voor donker in handen van de 9de ID kwam. Het uur H was vastgesteld op 18.15 uur. Eigenlijk te laat, de schemering viel al in. Na zware verliezen en geen meter grondwinst werd die laatste aanval dan ook even later afgeblazen. Er werd en wordt beweerd dat generaal Jacques het bevel tot stopzetting van de operatie had gegeven voor ze gestart was omdat de Franse generaal Segonne talmde om aan de actie de nodige steun te verlenen, maar dat dit order tot "afblazen" pas bij de commandanten te velde arriveerde toen de aanval reeds in volle gang was.
Verantwoordelijkheden.
Het drama had vooral erge gevolgen voor het 14de Linie en zijn commandant Luitenant-Kolonel Fontaine. Het 14de Linie was het verst doorgedrongen. Het had het geluk een dro-ger, minder heuvelachtige traject voor zich te hebben en kreeg het enige Franse regiment(het 169ste RI) dat Segonne had willen afstaan als steun in de rug. Het was dan ook aan te nemen dat Fontaine zijn vooruitgang stopte, toen hij zag dat rechts van hem de Jagers (opgehouden voor de Tiendenberg) en het 9de Linie links van hem (opgehouden door flankvuuur het Bos van Houthulst) niet meer aansloten. Bovendien begreep hij niet waarom de Jagers nog de Tiendenberg aanvielen toen het al donker werd. Hij zelf had geen enkel bevel ontvangen, niet voor een aanval en niet voor een afblazen ervan.
Hij trok dus twee bataljons terug op hun posities van 10 uur ’s morgens. Volgens een hogerbevel dat naar later zou blijken verkeerd was. De orders leken zo verwarrend dat Fontaine overtuigd was dat zijn derde bataljon ergens als divisiereserve paraat werd gehouden. Inwerkelijkheid bevond het zich in het niemandsland. De hele nacht zat het te bibberen in de moerassen van de Watervlietbeek. Vergeten.
En toen kwam er om 20 uur, in volle duisternis, het bevel aan tot de aanval op de Tiendenberg! Het bericht (dat hij al uren eerder ontvangen moest hebben) voor een aanval die zijn buren, tot zijn verbazing, al hadden ingezet en waarmee ze zelfs al gestopt waren. Fontaine begreep er niets meer van en gaf toch maar het bevel tot de aanval, hoe absurd hij dit ook achtte.
Wie droeg de schuld van de ontstane chaos en zijn noodlottige gevolgen? De beschuldigingen over en weer, van hoog tot laag en omgekeerd, begonnen hun nefaste gang. Ze zouden leiden tot wantrouwen, spot, afgunst, afschuiven van verantwoordelijkheden, sinister zoeken naar zondebokken. Tenslotte bleek de onfortuinlijke Fontaine het slachtoffer. Sancties moesten immers volgen. Ook al was het hier niet meer dan normaal dat er verwarring ontstond, dat er dingen misliepen, dat er oorzaken voorlagen waar geen verhaal tegenbestond, dat zoiets als een Wet van Murphy ook in een oorlog mogelijk is. Een oorlog gaat gevaarlijk zijn eigen leven leiden.
Wie had gelijk?
Zij die bleven wachten op orders en intussen niets deden?
Of zij die zelf initiatief namen? Bij succes volgden felicitatie of decoratie.
Pech kon leiden tot mutatie of degradatie.
De oorzaken van het debacle lagen nochtans voor de hand:
- Tegenwerking, onbegrip en jaloezie onder graden, echelons en eenheden;
- Te laat begonnen, wegens geen of gebrekkige verbindingen;
- Tegenstrijdige of verkeerd begrepen orders;
- Talmende Fransen.
Het verlies van de 9de ID beliep na die eerste dag:
18 officieren, van wie 6 gesneuvelden,
467 man, van wie 74 gesneuvelden,
De winst bedroeg: zeven kilometer terrein het hadden er 10 moeten zijn),bijna 1000 krijgsgevangenen, onder wie een twintigtal officieren, en een bezoek van de Britse attache generaal Athlowe aan Generaal Jacques met de felicitaties van koning Albert...
Bron: Van het Vrijbos tot Roeselare(eindoffensief 1918) door Robert Baccarne en Jan Steen.



